Cibap » Cibap bedrijfscontacten » algemene voorwaarden praktijkovereenkomst

algemene voorwaarden praktijkovereenkomst

Gelet op:

A. artikel 7.2.8 en 7.2.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB),houdende bepalingen met betrekking tot de beroepspraktijkvorming en de totstandkoming van de praktijkovereenkomst; vervangende praktijkplaats;

B. de gunstige beoordeling van het leerbedrijf door het kenniscentrum S-BB te Zoetermeer (als bedoeld in artikel 7.2.10 van de WEB).

In aanmerking nemende:

C. dat onderwijs in de praktijk van het beroep deel uitmaakt van elke beroepsopleiding volgens de Wet Educatie en Beroepsonderwijs;

D. dat de student is ingeschreven bij de onderwijsinstelling op grond van een onderwijsovereenkomst;

E. dat de door de student in het kader van deze overeenkomst te verrichten activiteiten een leerfunctie hebben.

Komen partijen het volgende overeen:

Artikel 1 Doel praktijkovereenkomst

Het doel van deze praktijkovereenkomst is het vastleggen van afspraken over beroepspraktijkvorming, zodat uitbreiding van kennis en ervaring gerealiseerd kan worden die noodzakelijk is voor het voltooien van een beroepsopleiding in het kader van de WEB.

Artikel 2 Beroepspraktijkvorming beroepsopleiding

De beroepspraktijkvorming wordt uitgevoerd in het kader van de op het voorblad genoemde

Opleiding; Code opleidingen; Kwalificatieniveau en leerweg.

Artikel 3 Duur en omvang beroepspraktijkvorming

1. De beroepspraktijkvorming omvat de op het voorblad genoemde studielast.

2. De beroepspraktijkvorming vangt aan op de en eindigt op de op het voorblad genoemde datum.

3. De begin- en einddata zijn hierbij dus leidend. Als gevolg van branche-eigen werktijden is het mogelijk dat op een eerdere datum dan de einddatum voldaan is aan de genoemde studielast. In dat geval wordt van alle partijen gevraagd dit vroegtijdig te signaleren, zodat in gezamenlijk overleg een voor iedere partij acceptabele aanpak kan worden besproken.

Artikel 4 Opzegtermijn bij tussentijdse beëindiging

De wederzijdse opzegtermijn is 1 maand, op basis van een stageperiode met een looptijd van een half jaar. Bij stageperiodes met een andere looptijd geldt de opzegtermijn van een maand, tenzij een andere opzegtermijn wordt overeengekomen. Afspraken over tussentijdse beëindiging worden altijd gemaakt in gezamenlijk overleg tussen praktijkbegeleider, de BPV-begeleider van het Cibap, en de student.

Artikel 5 Inhoud van de beroepspraktijkvorming

1. Uitgangspunt van de beroepspraktijkvorming zijn de voor de opleiding geldende onderwijs en vormingsdoelen zoals opgenomen in de Onderwijs en ExamenRegeling (OER) van de opleiding.

2. Aan de beroepspraktijkvorming ligt een inhoudelijk plan voor de beroepspraktijkvorming ten grondslag dat in de OER is opgenomen, of waarnaar in de OER wordt verwezen.

3. De OER is voor elke student op een toegankelijke plaats in te zien.

Artikel 6 Begeleiding

Namens het leerbedrijf is een praktijkbegeleider belast met de begeleiding van de student. De BPV-begeleider van de onderwijsinstelling zal het verloop van de beroepspraktijkvorming volgen door het onderhouden van regelmatige contacten met de praktijkbegeleider en de student.

Artikel 7 Beoordeling

1. De onderwijsinstelling heeft de eindverantwoordelijkheid bij de beoordeling of de student de eindtermen of competenties behorend tot de beroepspraktijkvorming heeft gerealiseerd.

2. De onderwijsinstelling betrekt bij de beoordeling het oordeel van het leerbedrijf, met inachtneming van de desbetreffende in de OER opgenomen regels.

Artikel 8 Vergoedingen

Over de vergoeding is een aanbeveling opgenomen in de BPV-informatiegids.

Artikel 9 Verzekeringen

De onderwijsinstelling heeft via de Besturenraad een ongevallenverzekering afgesloten die ook op de student gedurende diens feitelijke BPV-werkzaamheden van toepassing is. De onderwijsinstelling vrijwaart het leerbedrijf tegen eventuele aanspraken van derden op grond van artikel 6:170 BW wegens aansprakelijkheid van de student tijdens de uitoefening van de BPV-werkzaamheden voor het leerbedrijf.

De onderwijsinstelling vergoedt materiële schade van het leerbedrijf tot een maximum van € 100.000 euro indien en voor zover de student hiervoor wettelijk aansprakelijk is op grond van artikel 6.162 BW, mits deze aansprakelijkheid voortvloeit uit de overeengekomen werkzaamheden en niet op enigerlei wijze anders is verzekerd. Deze vrijwaring en aansprakelijkheid geldt uitsluitend indien en voor zover de aansprakelijkheidsverzekering van de onderwijsinstelling daarvoor dekking biedt.

Het leerbedrijf is jegens de student aansprakelijk voor schade die de student tijdens of in verband met de beroepspraktijkvorming lijdt, tenzij het leerbedrijf aantoont dat zij de in artikel 7: 658, lid 1 Burgerlijk Wetboek genoemde verplichtingen is nagekomen, of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de student.

Artikel 10 Gebruik van eigen middelen van de student

De student bepaalt zelf of hij een eigen laptop of ander device binnen het leerbedrijf gebruikt. Daarbij is de verzekering van zijn/haar laptop of ander device een eigen verantwoordelijkheid van de student. Ten aanzien van eventuele compensatie voor het gebruik van de eigen middelen zal de student met het bedrijf afspraken maken. Het eventuele zakelijke gebruik van vervoermiddelen, zoals een eigen auto van de student, binnen een leerbedrijf is iets waar student en bedrijf vooraf afspraken over maken. Dat geldt ook voor de verzekeringen die hiervoor dan afgesloten moeten zijn.

Artikel 11 Gedragsregels en veiligheid

De student is verplicht de binnen het leerbedrijf in belang van orde, veiligheid en gezondheid gegeven regels, voorschriften en aanwijzingen in acht te nemen. Hij wordt over deze regels ingelicht.

Artikel 12 Geheimhouding

De student is verplicht alles geheim te houden wat hem onder geheimhouding wordt toevertrouwd of wat er als geheim te zijner kennis is gekomen of waarvan hij het vertrouwelijke karakter redelijkerwijs moet begrijpen.

Artikel 13 Afwezigheid

De student is verplicht in het geval van absentie en bij terugkomst van de absentie direct de begeleider van het leerbedrijf en de onderwijsinstelling hiervan op de hoogte te stellen.

Artikel 14 Deelname schoolactiviteiten

De student wordt door het leerbedrijf in de gelegenheid gesteld deel te nemen aan schoolactiviteiten die tijdens een stageperiode plaats vinden.

Artikel 15 Beëindiging

De praktijkovereenkomst eindigt;

– door beëindiging van de onderwijsovereenkomst tussen student en onderwijsinstelling.

– door het verstrijken van de termijn waarop deze praktijk overeenkomst van toepassing is.

– na afronding van het examen of de examens van de opleiding waarop deze overeenkomst betrekking heeft.

– als de student de onderwijsinstelling (voorlopig) verlaat, dan wel als de student door de onderwijsinstelling is uitgeschreven.

– indien de student zich ondanks nadrukkelijke waarschuwing, niet houdt aan de gedragsregels volgens artikel 11 van deze overeenkomst, nadat dit schriftelijk is bevestigd door het leerbedrijf en/of de onderwijsinstelling.

– indien de student de kerntaken en wekprocessen zoals vermeld in artikel 5, niet binnen de gestelde tijdsduur met goed gevolg heeft behaald, kunnen de partijen overeenkomen dat de periode van de beroepspraktijkvorming wordt verlengd.

Artikel 15 Problemen/Conflicten tijdens de beroepspraktijkvorming

Bij problemen of conflicten tijdens de beroepspraktijkvorming richt de student zich in eerste instantie tot de praktijkbegeleider. Wordt daarin voor de student geen oplossing bereikt, dan wordt het voorgelegd aan de BPV-begeleider. Indien zij in gezamenlijk overleg niet tot een oplossing komen, wordt de zaak voorgelegd aan de directies van het leerbedrijf en de onderwijsinstelling.

Artikel 16 Auteursrecht

Het auteursrecht van een ontwerp of werk gemaakt door de student tijdens de BPV in opdracht van het leerbedrijf, ligt bij het leerbedrijf.

Artikel 17 Nederlands recht

Op deze overeenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

Slotbepaling

In de gevallen waarin deze overeenkomst niet voorziet, beslissen de directies van het leerbedrijf en de onderwijsinstelling in overleg.